Leren

Elke keer als ik begin te schrijven aan een nieuw verhaal pak ik een kaartje van mijn bureau om te beginnen met schrijven aan dat onderwerp. De kaartjes liggen omgekeerd zodat ik niet weet welk onderwerp er komt. Op de 2e dag van het schrijven zegt mijn kaartje “leren”. Mijn reactie is als volgt: “oh mijn god, leren, wat weet ik daar nou eigenlijk over, oh mijn god, oh mijn god, oh mijn god!”. Angst. Al snel komt mijn geest tot rust en het stemmetje dat erachter zit zegt: “Je weet heel veel over leren, schrijf het maar gewoon op”. De definitie van leren zegt dat je iets geleerd hebt op het moment dat je twee keer dezelfde situatie meemaakt en de tweede keer vertoon je ander en nieuw gedrag. Van je fouten leer je, als je tenminste besluit om bereid te zijn een andere fout te maken dan de vorige keer. Sommige mensen doen dat trouwens nooit. Die leren niet van fouten en blijven gewoon dezelfde fout maken. En dan roepen ze natuurlijk… van fouten maken leer je. Ja, als je een keer wat anders gaat doen ja!

Je hebt gewoon leren om het leren, theoretisch leren. Het weten. Maar dat interesseert me eigenlijk niet. Toen ik vroeger in een lekkende tent met mijn ouders in Frankrijk zat, begreep ik al niet dat we van huis waren weggegaan om hier op een berg, met 6 graden onder nul in een lekkende tent te gaan zitten. We hadden een groot huis, mijn ouders hadden het thuis naar hun zin, maar op vakantie vooral ruzie, ik dacht dat de wijn limonade was, verslikte me erin zodat mijn ouders toch samen iets te lachen hadden en zo ging het nog even door. Mijn ouders leerden kennelijk wel in theorie dat het leuk was in een tent in Frankrijk, maar na dit debacle al meegemaakt te hebben op Ameland, in een huisje bij Appelscha en zelfs tijdens het opzetten van de tent in de achtertuin heb je niet zo veel aan theorie. Theroetisch slim is fijn en leren is belangrijk als je het constant en continu in de praktijk toepast in je leven.

Nu ik gewoon begonnen ben met het opschrijven van de dingen die ik weet over leren, is het beginnen met schrijven eigenlijk de kern van wat leren voor mij is. Je bent ergens en je wilt ergens naartoe, je kunt blijven zitten en wachten tot het op je afkomt, of je gaat aan de slag. Tenzij je er al eens geweest bent en het beviel totaal niet. Dat aan de slag gaan en leren lukt niet als je in je gedachten blijft hangen van “Ik weet helemaal niks en ik kan dat ook niet”. Als je dat gaat geloven ben je natuurlijk verloren. En als je die gedachte hebt, wacht dan gewoon even. Gewoon even wachten. Er komt vanzelf een andere stem, een ander verhaal en dus een andere gedachte. En als je nog steeds in paniek bent, dan kun je nog niet leren. Het moet veilig zijn.

Over veiligheid in relatie tot leren gesproken: Veiligheid voor een kind op school is enorm belangrijk en daarom wordt pesten op scholen ook niet getolereerd, want in een onveilige situatie denkt een kind alleen maar: “Oh mijn god, oh mijn god, als ik maar niet voor het bord moet komen om de woordjes Duits voor te lezen”. En ja hoor, elke keer als je dat denkt, dan roept de leraar Duits precies jou voor het bord. Omdat hij kan ruiken dat je zit te zweten of kan zien dat je zit te wippen op je stoel. Denk je dat het kind vervolgens die woordjes kan opzeggen voor het bord? In paniek lukt het je natuurlijk niet om die woordjes op te lezen die je echt wel kent. Sta je daar voor het bord, niet omdat je de woordjes Duits niet kent, maar omdat je in paniek bent. Krijg je nog een 4 als beloning ook. Bedankt, stomme leraar Duits. Nu mag ik volgend jaar niet naar het VWO en wordt mijn vader ook nog boos op me. Thuis ook onveilig. Bedankt leraar Duits, bedankt papa. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Er zit ruimte tussen je eerste paniek gedachten en de daadwerkelijke actie. Vaak helpt het om even adem te halen. Daarna verschijnt vanzelf een andere en rustigere, veel waardevollere gedachte. Dit kan bijvoorbeeld zijn als het kind uit bovenstaand voorbeeld opstaat en naar het bord loopt even diep adem haalt en rustig voorleest. Tussen de zinnen door of na het aangeven weer even lekker ademhalen, beetje lachen naar je klasgenoten tussendoor, wellicht knipogen naar die leuke nieuwe klasgenoot die er sinds de kerst bij is en zo goed is in gym. Maar eigenlijk zou ik zelfs nog een stap verder willen gaan. Leer je kind om zich niet voor gek te laten zetten door een leraar: “Nee, meneer. Ik wil niet voor het bord om voor te lezen’. Of: “Nee, ik wil het niet in het bijzijn van mijn knappe klasgenoot hebben over seks, ik wil het met mijn klasgenoot doen, dat wel.” Of: “Nee, meneer de directeur, ik ga het plein niet schoonvegen omdat ik niet voor het bord wilde komen of omdat ik het niet over seks wil hebben op school”. Of: “Nee, papa, ik wil helemaal niet naar het VWO, dus eigenlijk zou ik de leraar Duits moeten bedanken omdat hij me laat zakken. Weet je wat… ik ga direct een kaartje voor hem kopen en deze overmorgen in de les aan hem voorlezen, in het Duits”. En daarna geef je je kind geld om dat kaartje te kopen. Niet inhouden van het zakgeld, gewoon weggeven. En wat nou als je geen kinderen hebt? Doe het dan zelf. Met je baas. Met je verkering en doe het met iedereen die je maar tegenkomt.

Leer dat je kinderen vooral ook. Haal adem, luister naar je eigen stem. Duurt het heel lang voordat hij verschijnt, ga er dan bij lopen of doe het nog een keer met je vrouw voor om je geest rustig te krijgen. Loop rechtop waar dat kan, wacht nog even … en nog even. En pats! Daar is hij.

“Oh, mijn god, oh mijn god, nu moet ik het gaan doen!”
—> klik —> publiceer.